Mijn rol als klokkenluider aan de UvA zit erop: het gevaar van woke staat op de agenda

In januari van dit jaar kwam ik door middel van een opiniestuk in de universiteitskrant van de UvA uit de kast als klokkenluider van ernstige institutionele misstanden die de academische vrijheid hebben ondermijnd. Met mijn klokkenluidersmelding wilde ik het signaal afgeven dat er echt grenzen zijn overschreden met de cultuur van politieke correctheid, dat er sprake is van ernstig bestuurlijk falen waardoor de academische vrijheid is aangetast, en dat de kritiek op ‘woke’ niet alleen uit rechts-conservatieve hoek komt.

Ik had nooit gedacht dat mijn klokkenluidersmelding zoveel zou losmaken. Ten eerste kwam er van binnen de universiteit een stortvloed van kritiek over me heen. Studenten zetten mij weg als homofoob en transfoob. Het bestuur nam afstand van mij en mijn werk. Ik werd geïsoleerd en op non-actief gezet, wat volgens de klokkenluiderswetgeving helemaal niet mag.

Daarnaast brak er een media-oorlog uit. Zowel in de mainstream pers als op de sociale media kreeg ik bakken haat over me heen vanuit linkse hoek. Ik werd tot zondebok gemaakt: ik zou geradicaliseerd zijn, een pseudowetenschapper zijn, heulen met extreemrechts, wangedrag hebben vertoond naar collega’s, en ga zo maar door.

Lees meer over hoe ik tot zondebok werd gemaakt als klokkenluider:
Hoe links mij tot zondebok maakte als klokkenluider van woke extremisme op de Universiteit van Amsterdam

Ik heb alles gedaan in een poging om terug te vechten en mijn positie aan de universiteit te behouden. Maar dit bleek een kansloze exercitie. Ik probeerde in de mainstream media mijn kant van het verhaal over het voetlicht te brengen, maar tegen de framing was niet op te boksen (gelukkig kon ik wel bij de alternatieve media terecht). Ik spande een kort geding aan tegen de UvA die mij onterecht op non-actief stelde, maar zelfs de rechter keek niet naar de feiten en ging klakkeloos mee met de beeldvorming. Ik probeerde mijn ontslag aan te vechten bij de kantonrechter, maar ook daar was het vechten tegen de bierkaai.

Een interne commissie van de UvA deed intussen onderzoek naar mijn klokkenluidersmelding: de commissie-Stolker. Maar bij het presenteren van het eindrapport bleek dat deze commissie de misstanden niet recht in het gezicht durfde te kijken. De commissie-Stolker kwam met een waterig en dubbelzinnig rapport, waarin mijn melding ongegrond werd verklaard maar waarin tegelijkertijd wel werd gesproken over ernstige bedreiging van de academische vrijheid door woke.

Lees het stuk van Paul Cliteur over mijn canceling aan de UvA (in het Nederlands):
De woke-aanval op Laurens Buijs: een geslaagde cancelling aan een Nederlandse universiteit

Lees het stuk van Gijs van Oenen over mijn canceling aan de UvA (in het Engels):
The spectre of woke and the reality of academic freedom

Uiteindelijk besloot ik na de zomer om de strijd te staken. Niet omdat ik niet meer strijdvaardig ben, maar omdat ik merkte dat je een heel instituut en een hele subcultuur niet in je eentje kunt kantelen. De spiegel die ik de UvA en links Nederland voorhield, namelijk dat ‘woke’ een levensgroot probleem is en steeds meer fascistische trekjes begint te krijgen, was duidelijk veel te confronterend.

Zolang ik in mijn eentje zou blijven vechten, zou ik tot zondebok gemaakt worden en de stijd verliezen. Zolang de brenger van een ongemakkelijke waarheid alleen staat, is het nou eenmaal makkelijker de boodschapper onschadelijk te maken dan naar de boodschap te luisteren.

Bovendien vind ik de wijze waarop collega’s en bestuurders van de UvA met mij zijn omgegaan dermate kwetsend en grensoverschrijdend, dat verder contact (zowel persoonlijk als professioneel) met hen voor mij niet meer tot de mogelijkheden behoort.

De inhoud van de overeenstemming met de UvA:

• Ik krijg tot februari een minimaal salaris doorbetaald (0,3 FTE);
• Ik behoud recht op ww;
• Dienstverband wordt zonder verwijtbaarheid beëindigd;
• Ik krijg een minimale wettelijke transitievergoeding (rond 4K netto);
• Ik stop alle rechtszaken en procedures.

Ik besloot daarom in september en oktober om samen met mijn advocaat naar de UvA te stappen met het voorstel om tot een overeenkomst te komen waarmee de strijdbijl begraven wordt. Na enige tijd bereikten we inderdaad overeenstemming met de UvA over mijn vertrek.

Ik ben uiteraard nog steeds overtuigd van het feit dat er wel degelijk forse misstanden zijn; ik ben slechts minder naïef geworden over hoe moeilijk het is om grote instituten die drijven op machtige financiële belangen te keren, en om zondebokdynamiek te doorbreken. Toch ben ik trots op en tevreden met wat ik als klokkenluider heb bereikt: het thema woke staat goed op de agenda.

Ik wens het mijn oud-collega’s op de UvA toe dat er nu andere mensen opstaan in een poging het instituut te redden van de ondergang. Wellicht heb ik daar nu toch de weg toe bereid, door zelf de eerste sloopkogel te zijn en door de muur van haat en kritiek heen te breken. De sociale wetenschappen aan de UvA hebben een prachtige en rijke geschiedenis, en verdienen een beter lot dan de autoritaire en vrijheidshatende woke-cultuur.

De komende tijd werk ik in mijn eigen tijd verder aan mijn publieksboek over gender, De Androgyne Mens. Daarin zet ik mijn visie op gender uiteen, die op de UvA werd weggezet als discriminatie en taboe werd verklaard. Ik weet zeker dat ik de lezers ervan zal overtuigen dat dat oordeel onjuist en onrechtvaardig is.

Daarnaast blijf ik (vrijwillig, dus niet tegen betaling) actief voor het Amsterdam Gender Theory Research Team, waarvan ik mede-oprichter ben. Met dit team blijven we werken aan een genuanceerd middengebied waarop wetenschappers en burgers elkaar weer kunnen vinden en verstaan op het gebied van gender, zodat we de polarisatie en verdeeldheid een halt kunnen toeroepen.

Ik heb als klokkenluider massale steun gekregen vanuit het hele land, wat mij op de been heeft gehouden. Daar ben ik zeer dankbaar voor.

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close